Monitoring (in de gaten houden)
Een menselijk lichaam is een dynamisch gegeven, waarbij het lichaam allerlei processen continue zelf meet en aanpast. Echter, als iemand ziek wordt dan falen deze mechanismen. Door het extern monitoren van al deze parameters krijgen wij informatie over de lichamelijk conditie van een patiënt. Op de Intensive Care afdeling zijn er daarom een aantal waarden die wij, al dan niet continu, monitoren. Sommige waarden worden voortdurend geregistreerd, anderen worden iedere 2 uur gecontroleerd door de verpleegkundige en ingevoerd in het elektronisch zorg dossier. Op deze manier hebben we altijd een actueel en volledig overzicht.
Bloeddruk
De bloeddruk in het lichaam zorgt ervoor dat alle organen van voldoende bloed en zuurstof worden voorzien. Zoals u op deze pagina heeft kunnen lezen, wordt de bloeddruk bepaald door de hoeveelheid bloed in een bloedvat en de diameter van de bloedvaten. Bij diverse ziektebeelden is het menselijk lichaam niet meer in staat om een adequate druk op te bouwen, waardoor de organen in de problemen kunnen komen. Op de Intensive Care kunnen we op twee manieren de bloeddruk meten. Enerzijds met behulp van een reguliere bloeddrukband (oranje getallen op de monitor). Of als de bloeddruk onvoldoende is en het nodig wordt om een continue meting te verrichten, door middel van een zogenaamde arterielijn (rode getallen op monitor). Hiermee kunnen we iedere seconde de bloeddruk meten, waardoor we sneller kunnen ingrijpen, mocht dit noodzakelijk zijn.
Hartfrequentie en hartritme
De hartfrequentie geeft aan hoeveel slagen het hart per minuut maakt (groene getallen). Deze, in combinatie met het soort ritme, geeft aan hoe moeilijk een lichaam het heeft. In eerste instantie zal het hart namelijk een tandje hoger schakelen, als het in moeilijkheden komt. De hartslag gaat dan omhoog. Een te snel ritme is vaak een teken dat er iets aan de hand is, ook al hoeft dit niet specifiek aan het hart zelf te liggen. Als de hartslag te laag is kan dit een teken zijn van uitputting, waarbij het hart het langzaam opgeeft. Echter, ook diverse medicijnen hebben invloed op het hart. Het hartritme wordt weergegeven door de gekronkelde groene lijn, bovenaan de monitor. Hiermee kunnen we diverse hartritmestoornissen signaleren en zo nodig adequaat behandelen.
Centraal Veneuze Druk
De centraal veneuze druk is een maat voor de vullingstoestand van het menselijk lichaam. Indien iemand is uitgedroogd, heeft deze te weinig vocht in het lichaam. Dit leidt vaak tot een lage bloeddruk, maar ook tot een lage centraal veneuze druk. Deze maat is meer betrouwbaar, aangezien er minder mechanismen op van invloed zijn. Door middel van een speciaal ingebrachte lijn in een grote lichaamsader (meestal in de hals) kunnen we de centraal veneuze druk meten. Op deze manier kunnen we een continue registratie maken (donker blauwe getallen) en beoordelen of iemand vullingsbehoeftig is.
Saturatie
De saturatie (licht blauwe getallen) geeft aan hoeveel procent van de cellen in het bloed verzadigd zijn met zuurstof. Dit is van vele variabelen afhankelijk. Feit blijft echter, dat een lage saturatie een maat is voor zuurstoftekort voor het gehele lichaam. Door de hoeveelheid toegediende zuurstof aan te passen, kunnen we de saturatie weer binnen de normaal waarden krijgen.
De hoeveelheid vocht die iemand binnen krijgt, wordt dagelijks bijgehouden. Zowel de hoeveelheid infuusvloeistof, als het eten (of sondevoeding/TPV) wordt geregistreerd, maar ook de hoeveelheid vocht die het lichaam verlaat in de vorm van urine of ontlasting. Op deze manier kan een vochtbalans worden opgemaakt, die aangeeft of het lichaam te veel vocht vasthoudt, of te veel vocht uitscheidt. Bij diverse ziektebeelden is deze balans namelijk verstoord, waardoor er moet worden ingegrepen met behulp van allerlei medicijnen.
Urineproductie
Zoals aangegeven is de urineproductie van belang voor het bepalen van de vochtbalans. Deze urineproductie is ook een indirecte weerspiegeling van de nierfunctie; zij produceren immers de urine. Indien de urineproductie achteruit gaat, kan dit betekenen dat de nier te weinig bloed krijgt, waardoor deze geen urine kan maken. Soms kan de nierfunctie op zich ook verstoord zijn, zoals voorkomt bij mensen met suikerziekte of bloedvergiftiging.

